| Epiloog |
“Zij die menen dat het voetbal in welke vorm dan ook nooit kapot zal gaan, hebben misschien teveel dollartekens in de ogen om een duurzame toekomstvisie te kunnen hebben.” Ik schreef dit in 1996 in het slotwoord van mijn afstudeerscriptie over het ontstaan en de professionalisering van betaald voetbal. In mijn scriptie heb ik een verklaring gegeven voor het feit dat resultaat en financiën de bepalende factoren zijn geworden in het voetbal, en waarom voetbal zich heeft ontwikkeld tot een bedrijfstak. Het is 14 jaar later wel grappig om terug te lezen dat de romanticus in mij in het slotwoord een pleidooi heeft gehouden tegen het gebruik van technische ondersteuningsmiddelen bij beslissingen van de scheidrechter. Achterliggende gedachte achter dit pleidooi was dat voetbal ook fungeert als een sociaal bindmiddel en dat discussies over buitenspel en handsbal of niet, bijdragen aan de mystiek en de aantrekkelijkheid van het voetbal. De financiële belangen zijn inmiddels echter dermate groot geworden, dat het resultaat niet meer kan en mag worden bepaald door een gemiste handsbal of een bal die de doellijn wel degelijk is gepasseerd, zonder dat dit is waargenomen door het arbitrale trio. In de bedrijfstak voetbal gaan wereldwijd miljarden om en begrotingen staan of vallen soms met dit soort incidenten in wedstrijden. Of we het nu leuk vinden of niet, de bedrijfstak is te groot en volwassen geworden om afhankelijk te kunnen zijn van de grilligheden die ‘human error’ kan veroorzaken. Toch? Ik schrijf vandaag mijn allerlaatste column en was van mening dat een nieuw slotwoord, een nieuwe schets van de toekomst van de bedrijfstak betaald voetbal, misschien wel een goede afsluiting zou zijn. Of schets: ik heb misschien meer vragen dan stelligheden te bieden. Vragen die verband houden met het citaat waarmee ik deze column ben begonnen. Want als de bedrijfstak betaald voetbal inmiddels wereldwijd een miljardenomzet kent en geprofessionaliseerd is, en als wij geen ‘human error’ van scheidsrechters meer kunnen accepteren, hoe kan het dan dat het op bestuurlijk niveau tegelijkertijd zo vaak misloopt? Dat bestuurders waarvan wij denken dat zij professioneel zijn, veel te optimistisch begroten en veel meer uitgeven dan er binnenkomt? Op bestuurlijk vlak is het betaald voetbal bepaald nog geen volwassen en professionele bedrijfstak. Duurzame lange termijn visies vormen eerder de uitzondering dan de regel en besluiten zijn vaak ad hoc en ingegeven door paniek, emotie en druk die ervaren wordt van sponsors, supporters en media. Waarbij de bulk van het geld dat men uitgeeft in salarissen van spelers wordt gestopt, zonder dat dit nog in enige verhouding staat tot de kwaliteiten van die spelers en wat die spelers je als club financieel opleveren. En het maakt vaak niet eens uit of er een Raad van Commissarissen is die toezicht houdt op de directie, want ook die gaat vaak mee in de waan van de dag bij het nemen van besluiten. Met als gevolg dat vele clubs in financiële nood verkeren en de ene na de andere modale club inmiddels omvalt. Waarbij enige zelfkritiek vaak ver te zoeken is. Met de ene hand wijst men vaak met de beschuldigende vinger naar externe factoren en partijen, en de andere hand houdt men bij de gemeente op. Die moet de club maar overeind houden “in verband met het maatschappelijke belang dat de club vervult.” Van enige zelfreflectie en schuldbewustzijn binnen de bedrijfstak betaald voetbal lijkt al net zo weinig sprake als binnen het bank- en verzekeringswezen. Ook bij Feyenoord is dit het geval en is Onno Jacobs de eerste om met de beschuldigende vinger naar andere zaken en partijen te wijzen als het de opgebouwde miljoenenschuld betreft. Maar niets over het feit dat hij zelf al jaren achter elkaar geen sluitende begroting in elkaar heeft weten te draaien en mede verantwoordelijk is voor het feit dat er veel te veel spelers zijn aangetrokken die niet goed genoeg zijn maar wel een fors salaris hebben verdiend. En vanuit die situatie moet er dan nu een stadion van 80.000 worden gebouwd, met het vriendelijke verzoek van Feyenoord of de gemeente een paar honderd miljoen wil bijdragen. Het is zeker in deze tijden bijna schaamteloos en onrealistisch te noemen, maar voor schaamte en realisme moet je over het algemeen niet in de bedrijfstak betaald voetbal zijn. Het nieuwe stadion wordt echter wel als een soort overlevingsmantra door de directie gebruikt. “Wacht maar tot het nieuwe stadion er is, dan zal het beter gaan.” Drijfzand of een solide fundering? Veel zal vermoedelijk afhangen van het feit of Nederland het WK toegewezen krijgt. Hopelijk blijkt over 14 jaar dat mijn pessimisme en vraagtekens door de werkelijkheid zijn ingehaald, dat er een prachtig nieuw stadion staat dat iedere week tot de nok toe gevuld is en wij zelfs een directie hebben met een visie die ook sluitende begrotingen kan opstellen. Wellicht dat beleid maken beter gaat met één Luis in de pels minder;) Ik dank alle lezers van de afgelopen jaren, het ga jullie goed. |
| Luis |